Een man van 93 jaar overleed thuis na 11 dagen gestopt te zijn met eten en drinken. Hij had open wonden aan de benen en was hij al vele jaren eenzaam door het overlijden van vrienden. Hij had geen kinderen en beschouwde zijn leven als voltooid.
Hij vroeg zijne huisarts om euthanasie maar deze wees dat af omdat "er geen levensbedreigende ziekte was en geen uitzichtloos lijden“. Dat schreef zijn neef die na het overlijden het verslag invulde.
Meneer kwam zelf met het voorstel om te stoppen met eten en drinken en heeft ook zelf informatie daarover verzameld met hulp van een medewerker van een recht-op-waardig-sterven vereniging. De huisarts was bereid aan de uitvoering van het stoppen met eten en drinken mee te werken door palliatieve zorg te verlenen. De medewerkers van de thuiszorg wisten niets over STED maar hebben op aanwijzing van de huisarts wel meegewerkt.
De verzorging wird uitgevoerd door de neef en de thuiszorg die vier keer per dag langs kwam. Tegen de dorst hielpen pufjes van de watervernevelaar goed. Af en toe spoelde hij de mond met koud watter, spuugde dat weer uit en smeerde de mond in met een speeksel vervangend middel (zie Uitweg p. 78-79). Het insmeren van de lippen met vaseline werd niet als prettig ervaren, maar met labello was het wel prettig.
Tot op de 8e dag begreep hij wat zijn neef tegen hem zei. Tot op de 10e dag herkende hij wie er bij hem was. De elfde dag overleed hij rustig. De arts heeft een natuurlijke dood ingevuld.
De neef vond dat het overlijden waardig was verlopen en meende dat zijn oom dat ook zo zou beoordelen.
Adviezen van de neef die dit overlijden had gemeld:
- goede voorbereiding, met name van de mondverzorging
- vertrouwen in elkaar van arts, familie en verzorgenden
- één familielid heeft het overzicht over alle verzorging








