Stichting Waardig Levenseinde Foundation Dignified Dying De Heliummethode

Recensie Trouw 24 februari 2010

Middenin een nieuwe fase van de euthanasiediscussie verschijnt vandaag ’Uitweg; een waardig levenseinde in eigen hand’ van psychiater Boudewijn Chabot en journaliste Stella Braam. In dit handboek beschrijven zij twee methoden voor zelfeuthanasie. Voorpublicatie van een casus.

Emiel is 86 jaar en kerngezond. Hij is een van de rechters die achter de schermen hebben meegedacht over de wettelijke grenzen van euthanasie. Op een dag belt hij Chabot met een klemmende vraag: „Hoe neem ik zelf de verantwoordelijkheid voor een humaan levenseinde, als mijn huisarts daar niet aan mee mag werken? Ik las in de krant dat u over methoden van zelfeuthanasie hebt geschreven. Mag ik eens met u komen praten?”

„Het leven is een woestijn sinds mijn vrouw ruim een jaar geleden aan kanker overleed”, zegt Emiel. „Bijna zestig jaar waren we samen. Geen kinderen, nee, dat kwam door mij. Maar er is zoveel meer in het leven: mijn werk, haar kunstgeschiedenis, onze reizen en dat onzegbare vertrouwde. Twee bomen die in elkaar zijn gegroeid.”

Na de dood van zijn vrouw heeft hij zijn huis verkocht en is in een luxe seniorenflat gaan wonen om onder de mensen te zijn. „Vrienden en vriendinnen proberen me afleiding te bieden, een nieuwe draai aan mijn leven te geven. Als ik zou willen, had ik binnen drie maanden een huwelijksaanzoek van een van de aardige weduwen hier in huis. Maar iedere dag blijft even leeg.”

Emiel kent de wet als zijn broekzak: ouderen zonder enige ziekte die ’klaar met leven’ zijn en die hun leven waardig willen beëindigen, komen niet in aanmerking voor hulp van een arts. „Ik beschouw mijn leven als voltooid. Maar de Hoge Raad stelt dat er een ’medisch classificeerbare ziekte’ moet zijn, anders mag mijn huisarts mij niet helpen. Bij de psychiater bij wie ik op verzoek van mijn huisarts kom om een depressie uit te sluiten, hoef ik er zeker niet over te beginnen.”

Met zijn invloedrijke juridische vrienden durft Emiel zijn doodswens niet te bespreken. Hij vreest dat zij daar een stokje voor zullen steken. „Een van hen gaat misschien proberen mij wilsonbekwaam te verklaren, zodat ik tijdelijk in een psychiatrisch ziekenhuis kan worden opgenomen ter observatie, of ik niet behandelbaar ben met medicijnen of misschien zelfs met elektroshocks. Dat mag niet gebeuren. Daarom durf ik geen van mijn vrienden in vertrouwen te nemen.”

Chabot geeft hem zijn boek. Met stijgende verbazing leest Emiel over dodelijke middelen die je in het buitenland of via internet kunt kopen en die net zo effectief zijn als het drankje van de arts. Stoppen met eten en drinken lijkt hem niets. „Is dat geen barbaarse manier om te sterven?”

Enkele maanden verstrijken. Ook het derde antidepressivum van zijn psychiater heeft niet geholpen. De warme aandacht van zijn vrienden geeft zijn leven geen inhoud en kleur, net zomin als zijn gesprekken met een psychotherapeut.

Emiel merkt dat hij gevangenzit binnen de regels voor euthanasie, die hij als jurist zelf mee vorm heeft gegeven. Zijn verlangen te sterven wordt steeds sterker. Hij neemt zich voor dodelijke pillen te gaan kopen in een buitenlandse apotheek, maar stuit op zijn juridisch gestaalde geweten. „Ik kan geen onwaarheid over mijn lippen krijgen. Een rechter houdt zich aan de wet. Het idee dat ik in verschillende apotheken in een ander land om dit of dat medicijn zou vragen! Het stuit me tegen de borst.” Vandaar dat hij opnieuw de informatie over stoppen met eten en drinken is gaan lezen en besluit om zijn leven op die manier te beëindigen. Als ook zijn huisarts deze informatie heeft gelezen en begrijpt dat hij geen dodelijke handeling hoeft te verrichten, is deze bereid de verzorging op zich te nemen.

Maar waar zal hij verzorgd worden als hij na een paar dagen zwakker wordt? In het verpleeghuis? De specialist ouderengeneeskunde: „Een kostbaar bed beleggen met een kerngezonde oude heer die wil gaan sterven? Geen denken aan.” In het plaatselijke hospice misschien? Daar ga je toch heen als je een goede dood hoopt te sterven? De directie van het hospice: „Er is geen dodelijke ziekte. Als meneer echt wil stoppen met eten en drinken, waarom begeleidt u hem, als huisarts, dan niet gewoon thuis, in de serviceflat, met ingehuurde verzorging?” Dit klinkt eenvoudig, maar het lukt de huisarts niet om medewerking te verkrijgen van de directie van de serviceflat: „Onze verzorgenden kunnen het niet aan om iemand te verzorgen die dood wil.”

Emiel wil niet langer wachten. Op een dag blijft hij op bed liggen en weigert alle hapjes en drankjes die het personeel van de seniorenflat hem brengt. Zijn buren op de gang horen wat er aan de hand is en het gaat als een lopend vuurtje in het rond. Gevolg: grote onrust in de flat. Emiel heeft zich altijd zo opgewekt voorgedaan en zijn doodswens verzwegen dat zijn actie als een totale verrassing komt.

Zijn huisarts zoekt opnieuw contact met de directie van de flat, die nu pas doordrongen raakt van de ernst van het besluit en de bewoners tot bedaren wil brengen. Emiel komt uit bed en gaat weer drinken. Zo krijgt de directie de tijd om de verzorging te regelen en bedaart de onrust in huis. Intussen koopt Emiel een kleine plantenspuit voor de mondverzorging. Een week later is het zover.

Het verloop volgens zijn huisarts en een enkele vertrouwenspersoon die Emiel tot zijn sterfbed toelaat:

Dag 1 – Emiel eet niets, maar drinkt, verspreid over de dag, nog drie à vier koppen water.

Dag 2 – Vandaag in totaal nog anderhalve kop water gedronken. De verzorgenden zijn door directie en huisarts geïnformeerd.

Dag 3 – Gebruikt elk uur een vernevelaar met water om de mond te bevochtigen: met drie pufjes krijgt hij zo’n 2 cc water binnen. Drinkt verder niets. Een verpleegkundige leert hem zijn mond in te smeren met Oralbalance (kunstmatig speeksel in gelvorm) om uitdroging tijdens de slaap te voorkomen.

Dag 4 – Emiel komt nog uit bed en is blij met het vertrouwde bezoek. Tegen de huisarts zegt hij dat de dorst draaglijk is.

Dag 5 – Ligt nu steeds op bed, gaat nog wel naar het toilet. Spreken gaat moeilijker doordat er geen speeksel meer is, maar het bewustzijn blijft helder.

Dag 6 – Geëmotioneerd neemt hij afscheid van enkele zeer dierbaren.

Dag 7 – Afgelopen nacht is Emiel bij het toiletbezoek gevallen en gemeen op zijn rug terechtgekomen. De huisarts dient een pijnstiller als zetpil toe, maar de pijn blijft. Hij kijkt helder uit zijn ogen, maar is moeilijk te verstaan. Toch wil hij niets drinken en gebruikt hij de vernevelaar spaarzaam. Wordt nu snel zwakker.

Dag 8 – Als de huisarts langskomt, vraagt Emiel om in slaap gebracht te worden: „Ik heb toch duidelijk gemaakt dat het menens is, dat ik niets meer zal drinken. Ik heb nog steeds pijn in mijn rug.” De huisarts wil nog geen morfine geven. Hij wil eerst overleggen met een ’scen-arts’, die opgeleid is om zulke situaties te beoordelen. Hij laat twee kalmerende middelen achter, temazepam en oxazepam, in de vorm van een zetpil.

Dag 9 – Emiel spreekt niet meer, maar herkent de vertrouwde bezoeker. De huisarts plakt een pleister met een lage dosis morfine op zijn buik.

Dag 10 – Emiel wordt niet meer wakker. Dierbaren waken om beurten.

Dag 11 – Vroeg in de ochtend overlijdt hij.

Terugkijkend op dit verloop zou Emiel vermoedelijk nog steeds achter zijn keuze staan. De weg was moeilijk, maar niet ’barbaars’, zoals hij aanvankelijk vreesde. Nadat hij op de zevende dag was gevallen, had hij wel direct een sterkere pijnstiller kunnen krijgen. Twee dagen pijn had niet gehoeven.

Het handboek ’Uitweg’ is volgens Chabot en Braam geen zelfmoordgids

Is ’Uitweg; een waardig levenseinde in eigen hand’ een zelfmoordboek? Nee, stellen de auteurs Boudewijn Chabot en Stella Braam. „Dit is geen zelfmoordgids. Je mag het zelfs een anti–zelfmoordgids noemen. Het thema van dit boek is geen zelfmoord, maar zelfeuthanasie.”

De auteurs wijzen op het verschil tussen suïcide en zelfeuthanasie.

Een suïcide gebeurt volgens de auteurs in eenzaamheid, impulsief en met een verminkende methode. Maar er zijn ook mensen die in het zicht van het levenseinde en in overleg met anderen, zelf besluiten om het leven te beëindigen. Zonder pijn of verstikking en in het bijzijn van hun dierbaren. Dat noemt men zelfeuthanasie. Chabot en Braam beschrijven twee methoden: stoppen met eten en drinken, of het innemen van een dodelijke combinatie medicijnen. In een reactie zegt Hedy d’Ancona, een van de initiatiefnemers van het burgerinitiatief ’Uit Vrije Wil’, dat ’Uitweg’ de machteloosheid kan doorbreken. „Dit boek van Chabot en Braam is een richtingaanwijzer voor mensen die hun leven voltooid achten en die zichzelf en hun naasten willen vrijwaren van hun lijden en ontluistering tot de dood erop volgt. Het toont je de uitwegen die kunnen worden ingeslagen als artsen, om wat voor reden dan ook, negatief reageren op een euthanasieverzoek.”

Het boek laat ook duidelijk het verschil zien tussen euthanasie en zelfeuthanasie. Bij euthanasie (letterlijk vertaald: een goede dood) verricht een arts, op verzoek van een patiënt, de dodelijke handeling: hij of zij dient het dodelijke middel met een injectie toe. Aan zelfeuthanasie komt geen arts te pas. De betrokkene verzamelt zelf de dodelijke middelen en neemt ze zelf in, liefst in het bijzijn van zijn dierbaren. Bij stoppen met eten en drinken heeft de arts wél een rol: hij zorgt voor verzachtende medicijnen.