Stichting Waardig Levenseinde Foundation Dignified Dying De Heliummethode

HOE VER MOET ARTSENBEMOEIENIS GAAN? de euthanasietrein

Bert Keizer column in Medisch Contact dd  1 MEI 2014

Toen de stoomtrein in Engeland begon te rijden maakte men zich zorgen over wat de aanblik van zo’n gigantisch ijzeren gevaarte dat met grote snelheid door het landschap raasde zou veroorzaken in het nietsvermoedende vee. Men vreesde dat koeien in dolle angst op hol zouden slaan. De remedie was de bouw van een houten schutting langs de spoorlijn zodat het afgrijselijke spektakel aan de ogen van de brave koeien werd onttrokken. Het bleek niet nodig.

Rond euthanasie is er ook veel angst. Die trein rijdt al zo’n veertig jaar maar steeds ontstaan er nieuwe paniekgolfjes als we hem langs zien komen. Ik geloof dat niemand daar helemaal tegen bestand is, of tegen bestand zou moeten zijn. Want gevoelens van angst en bezorgdheid over ons doen en laten zijn het zilvermerk van een ethisch probleem. Het gevoel dat je niet goed weet wat het goede is. Vroeger, toen er nog een wereld boven onze wereld was, gingen we daar vragen hoe het moest. Tegenwoordig zijn we op elkaar aangewezen en wat goed is bepalen we als gemeenschap. Een bijzondere gemeenschap, want wij zijn de allereerste generatie in de geschiedenis van de mensheid die vindt dat je in gesprek met anderen mag besluiten om dood te gaan. Dat is uniek. Levensbeëindiging in gezelschap van anderen kwam ook wel in de Oudheid voor. Daar is de wat hitsige Romeinse variant na een verloren veldslag: hou jij me zwaard vast dan stort ik mij er op. Of de deftige stoicijnse versie waarin een man zijn leven beëindigt omringd door geliefden en vrijwel altijd onder staatkundige druk.

Maar wij zijn de eersten die, niet in een hoek gedreven door staatkunde of eergevoel, maar door een falend lichaam, soms in alle rust voor het graf kiezen  Ik heb het uitdrukkelijk niet over de in smartelijke eenzaamheid uitgevoerde moord op je zelf die zo vreselijk pijn doet in alle anderen omdat je juist door de heimelijkheid, het onbesprokene, jezelf ook in die anderen vermoordt.

Ik heb het over opzettelijk sterven in gesprek met je naasten, een zijnscategorie die Boudewijn Chabot als eerste beschreven heeft als een nieuwe ruimte. Dat we ons daar onwennig bewegen is onvermijdelijk. Bezorgdheid over het doorschieten van de euthanasiepraktijk is een passend aspect van onze onhandige aanwezigheid in deze nieuwe ruimte. Gevorderde dementie, weigerapothekers, voltooid leven, overvraagde SCEN-artsen, ongeneeslijke depressie, tinnitus, pensioenangst, dreigende familieleden, lichamelijke aftakeling, allemaal toestanden rond euthanasie. Gaat dit wel goed? Dat zullen we samen moeten uitmaken.

Hoe ver moet artsenbemoeienis gaan? Als hulp bij zelfdoding niet langer strafbaar is, wordt de hele euthanasiewet dan overbodig? Moet iedereen die nog makkelijk een paar trappen op kan lopen het zelf maar regelen? Glipt de euthanasiepraktijk weg uit medische handen? En tenslotte: durven we dit opzettelijke sterven aan omdat we na de dood nergens meer heen gaan?