een waardig levenseinde

STED 6-2010

Achtergrond en voorbereidingen:

Mevrouw Kern, 88 jaar oud, woont zelfstandig in een serviceflat. Achttien jaar terug is haar man overleden. Naast de politiek hebben boeken, schilderen en muziek haar grote interesse. Ze heeft vier kinderen, twee zoons en twee dochters, met wie ze goed contact heeft, maar die niet in de buurt wonen.

Al jaren heeft zij longemfyseem en artritis waardoor zij met een rollator loopt. Vanwege de benauwdheid gebruikt zij ventolin en prednisolon. Het laatste half jaar gaan haar ogen snel achteruit zodat zij geen tv meer kan kijken en niet meer kan lezen en schilderen. Daarnaast wordt zij vergeetachtig en vermindert haar levenslust. Een van de dochters beoordeelt haar stemming als depressief. Mevrouw verzoekt de huisarts om euthanasie maar deze vindt haar ‚niet ziek genoeg’.

Een maand voor haar dood laat de huisarts haar kortdurend opnemen vanwege een buikgriep. Mevrouw is daar boos over en herhaalt tegenover de jongste zoon haar wens om te sterven. Deze neemt contact op met een medewerker van De Einder, leest het boek “Uitweg” en bespreekt de mogelijkheid om te stoppen met eten en drinken met zijn moeder. Haar reactie is kort en duidelijk: “Zo doen we het”.

De andere kinderen vinden dat het allemaal te snel gaat. In het verleden was hun moeder tijdens ziekte vaker levensmoe, maar vatte bij herstel toch weer moed. Ze verzoeken hun moeder de tijd te nemen om te spreken met de huisarts en met een medewerkster van De Einder. Mevrouw gaat daarmee akkoord. De huisarts stelt haar voor met een psychiater te spreken. Voor “dat gedoe” heeft mevrouw geen energie meer en haar jongste zoon protesteert: “U gaat mijn moeder van 88 jaar toch niet lastig vallen met een psychiater? Ik verzoek u de wens van mijn moeder te respecteren en Uitweg te lezen. Want we hebben uw hulp straks wel nodig als mijn moeder gaat stoppen met eten en drinken”.

De consulente van De Einder komt langs en beantwoordt de vragen van mevrouw en de kinderen. Na dit gesprek zijn alle kinderen ervan overtuigd dat hun moeder een duidelijke keuze heeft gemaakt. Ze leggen zich neer bij haar besluit, hoewel dat niet voor allen betekent dat ze zo`n keus zelf ook zouden maken.

De kinderen treffen voorbereidingen: een ziekenhuisbed, een antidecubitus matras en een vernevelaar. Familie en vrienden komen langs om afscheid te nemen. De beide huisartsen van de duo-praktijk lezen Uitweg en beloven palliatieve zorg te zullen geven. De thuiszorg en wijkverpleegkundige zijn op de hoogte gesteld door de arts. Haar kinderen brengen de verpleging van de serviceflat op de hoogte.

Mevrouw zegt dat ze graag rust en stilte om zich heen heeft en liever geen bezoek. De kinderen maken een rooster zodat telkens een van hen bij haar is. In een schrift schrijven ze hoe de dag is verlopen.

 

Het verloop:

dag 1: Mem eet een halve snee brood en drinkt een kopje thee. De rest van de dag eet ze nauwelijks maar drinkt nog regelmatig en slaapt veel. De huisarts verhoogt de prednisolon van 1 naar 4 tabletten per dag zodat ze minder last heeft van benauwdheid. Ook krijgt zij enkele tabletten het kalmerende medicijn oxazepam (10 mg) in eigen beheer.

dag 2: Mem is opgewekt en houdt de regie vanuit haar bed. Ze eet wat maar weigert te drinken. De consulente van De Einder komt en bespreekt de mondverzorging. Twee keer per dag komt de thuiszorg om haar te wassen en te verschonen. De kinderen proberen geluiden te vermijden wanneer zij zelf eten of koffie zetten.

dag 3: Ze geniet van een laatste kopje koffie: “Het is zo gezellig met iedereen om me heen, maar het wordt toch nooit meer wat het is geweest”. De huisarts spreekt met haar en laat twee keer daags 10 mg oxazepam achter en voor de nacht van het slaapmiddel zolpidem (10 mg). Om de dag zal een van beide artsen langskomen. Die avond eet ze een stukje brood met een half kopje thee.

dag 4: Mem heeft diep geslapen. Ze spoelde haar mond met water en spuugde het uit. Later dronk ze drie slokjes. Ik heb haar mond ingesmeerd met vaseline. Ze slaapt veel, tussendoor is ze helder. Later op de dag neemt ze een hapje warm eten en een paar slokjes water. Als ze gaat plassen dreigt ze te vallen. Mem zegt tegen de verpleging dat ze moeten ophouden haar te vragen of ze iets wil eten of drinken. Ze wil haar gebit inhouden. Om 22 uur neemt ze een slaaptablet en rond 6 uur nog een halve samen met paracetamol tegen hoofdpijn.

dag 5: Ik breng gel in de mond aan tegen uitdroging. Later spoelt ze haar mond met chloorhexidine tegen schimmelinfectie. Halverwege de nacht geef ik een extra slaaptablet. Ze weigert mondverzorging.

dag 6: Een van haar zussen belt en Mem sluit net als altijd af met de woorden „Tot ziens, waar dan ook“.

Water opzuigen uit een washandje vindt ze fijn. Ook eet ze een stukje peer. De huisarts komt. Mem vindt het te lang duren. Hij raadt haar aan niet meer te drinken omdat het daardoor langer duurt. Hij stopt de prednisolon. Ik vraag of zij dan de medicijnen als zetpil voor kan schrijven zodat Mem niet meer hoeft te drinken bij het innemen ervan. Vanaf nu krijgt ze zetpillen temazepam en spuitflacons diazepam. “Ze zal meer gaan suffen” zegt de huisarts. Voor het laatst gaat Meme met hulp naar het toilet. Ze spoelt de mond, spuugt het uit, maar slikt één laatste slokje in. Het blijft moeilijk! Rond 4 uur zegt ze: “Ik kan wel een emmer water op”. Met een wattenstaafje en gel bevochtig ik haar mond. Ze wil dit wel proberen in plaats van water.

dag 7: Na het wassen en verschonen is ze erg moe en krijgt een zetpil valium. Ze vraagt om thee maar als ik in plaats daarvan haar mond insmeer met gel wordt ze rustig. Ook de mondspray werkt goed. Om 13.30 weer valium. Ze krijgt moeite met spreken. Ik vind het erg moeilijk als ze om water vraagt dat niet te geven. Ik vraag haar de mond te spoelen en tot nu toe helpt dat. Valium om 16 uur. We hebben het gebit uit gedaan, dan is de mond veel beter in te smeren met de gel die uitdroging voorkomt. Af en toe sabbelt ze op een washandje. Ze wilde per se op de po-stoel hoewel ze een luierbroekje heeft, maar er komt niets meer. Temazepam om 23 en om 5 uur.

dag 8: Om 7 uur is ze verward: „Ik wil naar huis!“ Verpleging gaf valium en temazepam. Om 12 uur weer onrustig, met diazepam en temazepam wordt ze rustig. De huisarts kwam om 15 uur en schrijft extra valium voor. Om 21 uur valium en mondverzorging. Vannacht weer onrustig maar ze wordt rustig als ik haar vasthoud en tegen haar praat.

dag 9: Ze slaapt veel, herkent me niet. In de middag even onrustig maar de rest van de dag rustig. Medicatie en mondverzorging als tevoren.

dag 10: rond 9.50 uur is ze heengegaan.

 

Kanttekeningen bij het verloop:

Mevrouw gebruikte de eerste dagen nog af en toe een stukje brood of een partje fruit waarin koolhydraten zitten. Daardoor blijft de maag zich samentrekken en dat geeft telkens weer een gevoel van honger. Het hongergevoel verdwijnt pas als je radicaal met al het eten stopt.

Doordat ze perse haar gebit in wilde houden kon haar mond niet goed worden ingesmeerd met kunstmatig speeksel. Daardoor bleef zij regelmatig last houden van een droge mond en dus bleef ook het dorstgevoel haar kwellen. Door haar wens het gebit in te houden, maakte zijn het zichzelf extra moeilijk.

Toen ze op dag 8 verward werd kreeg ze van de huisarts geen haldol wat daartegen gewoonlijk doeltreffend is. Hij probeerde haar in slaap te brengen met 3-4 keer per dag 10 mg valium maar dit werkt minder goed: tussen de slaapjes door bleef zij onrustig. Een pompje met dormicum had dit kunnen voorkomen doordat zij daarmee continu in slaap was gebracht, zonder dat dit het overlijden bespoedigt.

 

DVD: De Heliummethode

Met helium thuis sterven. Een Beschikbaar per 2 februari 2012

Uitweg is te koop bij de betere boekhandel, of te bestellen in de webshop van de uitgever, Nijgh & van Ditmar Links Waarschuwing Sitemap

copyright 2011