Bij een man van eind zeventig werd ongeveer vijf jaar geleden de ziekte van Alzheimer vastgesteld door de behandelend geriater. Het ziekteproces verliep langzaam, waarbij goede dagen werden afgewisseld met slechte dagen. De achteruitgang in het dagelijks functioneren en het besef dat alles alleen maar erger ging worden, leidde er toe dat de man een verzoek tot euthanasie deed bij zijn huisarts. Dit alles in openheid met en steun van de partner en kinderen. De huisarts wilde echter niet ingaan op het verzoek tot euthanasie, omdat hij de man nog “te goed” vond. Hierop schakelde de familie de NVVE in die adviseerde contact op te nemen met de geriater.
Naast euthanasie of hulp bij zelfdoding via de huisarts had de man zich al bijna een jaar geleden georiënteerd op autonome stervenswegen door het boek Uitweg te lezen. Na het weigeren van het euthanasieverzoek door de huisarts besloot de man contact op te nemen met een counselor van Stichting de Einder. Deze begeleiding vond snel plaats en binnen een maand had hij 6 gram vloeibare pentobarbital in huis.
Ondertussen verergerde de situatie thuis, onder andere doordat meneer plaste in de huiskamer. Voor de huisarts was dit decorumverlies voldoende reden om de euthanasieprocedure op te starten. De huisarts maakte in eigen woorden “echter een inschattingsfout dat hij de euthanasieprocedure binnen twee weken kon regelen.”
Drie maanden na het eerste verzoek om euthanasie bij de huisarts beseften meneer en zijn naasten dat euthanasie of hulp bij zelfdoding met legale doktershulp onder de WTL geen haalbare kaart meer was. Hij koos er toen voor zijn leven in eigen beheer te beëindigen. Ongeveer anderhalve dag van te voren begon hij met het antibraakmiddel Domperidom. In aanwezigheid van zijn partner nam hij op de afgesproken dag thuis 6,3 gram vloeibare pentobarbital in. Binnen vijf minuten viel hij in een diepe slaap en overleed na een half uur. Er deden zich geen onaangename of opvallende symptomen voor na de inname. Het overlijden werd als waardig beoordeeld door de naaste.
De huisarts werd gewaarschuwd en stelde een onnatuurlijke dood vast. Daarop verschenen er twee politiemensen, een hulpofficier van justitie, een gemeentelijk lijkschouwer en twee man technische recherche. Alle betrokkenen waren in de woning uren aan het wachten op elkaar. De hulpofficier van justitie ondervroeg de partner thuis. De bejegening was vriendelijk. Het lichaam werd korte tijd in beslag genomen. Enkele uren later kwamen de hulpofficier van justitie en de politieagent langs om te vertellen dat “alles goed was”. Hierna kon de familie met de uitvaartonderneming het afscheid regelen.





