Een vrouw van 89 jaar (reeds lang weduwe, goed contact met haar twee kinderen) had voortdurend zenuwpijn in haar linkerbeen vanwege ingezakte wervels en ook last van pijnlijke gewrichten. Het rechterbeen was gevoelloos. Veel narigheid had zij van een decubituswond aan de hiel die niet genas. Ze kon niet meer lopen en verloor langzaam maar zeker de regie over haar dagelijks leven. Behalve pijnstillers gebruikte zij geen andere medicijnen.
Mevrouw woonde nog thuis, was alert en zeer geïnteresseerd in het leven om haar heen. Vanaf de oprichting van de NVVE was zij lid en al vroeg besprak zij haar euthanasieverklaring met de huisarts. Twee jaar voor haar dood zei ze voor het eerst tegen de kinderen dat zij haar leven voltooid vond. Deze hadden daar begrip voor gezien haar invaliditeit die niet meer kon verbeteren. Met de huisarts besprak ze dat als ze de pil van Drion had, ze deze al ingenomen zou hebben. Ook vroeg ze of ze dood kon gaan aan de griep als ze de griepprik niet nam.
Het laatste half jaar werd haar wens om haar leven op een waardige manier af te kunnen sluiten steeds dringender. Zonder hulp van anderen had zij het boek Uitweg besteld en gelezen).
Met haar huisarts besprak ze hoe bang ze was om op haar leeftijd nog in een verpleeghuis terecht te komen. De huisarts toonde veel begrip voor haar wens het leven te verlaten, maar gaf aan dat zij niet de mogelijkheid had om euthanasie toe te passen want: ‚Een SCEN-arts zou hiermee nooit instemmen, aangezien er geen sprake is van ondraaglijk lijden.’
Een contactpersoon van de Ledenondersteuningsdienst van de NVVE gaf een aantal nuttige suggesties en was de dochter tot steun. Zo raadde de medewerker mevrouw aan een brief te schrijven waarin stond ‚dat ik de medicijnen zelf heb verzameld en ingenomen’. Maar de medewerker kon of wilde geen betrouwbaar internetadres noemen waar mevrouw de medicijnen zelf zou kunnen bestellen. Voor mevrouw was dit een grote ergernis: ‚Wie bepaalt hier nu of mijn leven voor mij ondraaglijk is.’
Mevrouw ondertekende een behandelverbod en een voltooid leven verklaring. Met hulp van een vertrouwenspersoon die een betrouwbaar internetadres had opgespoord, kwam ze na een paar weken in het bezit van depronal capsules (4,5 gram), dalmadorm (450 mg) en oxazepam (600 mg).
Moeder nam afscheid van haar andere dochter en van de kleinkinderen. Tot haar verdriet kon ze geen afscheid nemen van twee dierbare vrienden. In haar streng christelijke omgeving mocht niet bekend worden dat zij haar leven zelfstandig had beëindigd, Er moest achteraf tegen de vrienden gezegd worden dat ze in haar slaap was overleden.
De dochter was gewend regelmatig een nacht bij haar moeder te blijven slapen. Zij had aan de huisarts een signaal gegeven wanneer moeder de pillen zou innemen. De huisarts kwam afscheid nemen en zei dat zij na het overlijden een verklaring van ‘natuurlijk overlijden’ zou afgeven, zodat er geen lijkschouwer en recherche zouden langskomen. Mevrouw en haar dochter waren hierdoor opgelucht.
Op de afgesproken dag begon mevrouw ‘s ochtends met antibraak- tabletten. Dezelfde avond zei ze tegen haar dochter: “kom maar op met die pillen” en at alles met vla op. Haar laatste woorden waren ‚ik ben zo gelukkig!’
Een paar minuten later voelde zij zich duizelig worden en viel snel in slaap. Een uur later was ze overleden. Ze had met haar dochter afgesproken dat die net als anders gewoon zou gaan slapen en pas de volgende ochtend de arts zou bellen. De huisarts wist hiervan en had beloofd direct te komen. Hij vulde een natuurlijke doodsoorzaak in.
Hierna werd de familie gewaarschuwd. De dochter is de huisarts dankbaar voor haar steun. Haar moeder heeft waardig en blij haar leven beëindigd, ze was daar helemaal aan toe. Wel betreurde zij de geheimzinnigheid waardoor goede vrienden geen afscheid konden nemen.
Opmerking achteraf die voor een huisarts van belang kan zijn:
De uitspraak van de huisarts “Een SCEN-arts zou hiermee nooit instemmen, omdat er geen sprake is van ondraaglijk lijden“ berust op een hardnekkig misverstand De huisarts wist blijkbaar niet dat SCEN-artsen en de Toetsingscommissies sinds enkele jaren euthanasie in vergelijkbare gevallen als zorgvuldig hebben beoordeeld. Het lijden van deze 89-jarige vrouw was zonder twijfel uitzichtloos en wordt de laatste jaren door de Toetsingscommissie ook als ondraaglijk lijden beschouwd. Mevrouw had binnen de regels van de wet, euthanasie door haar arts kunnen krijgen.
Op de overlijdensverklaring moet een zelfgekozen dood altijd als ‘onnatuurlijke dood’ worden opgegeven. Dan moet er altijd een lijkschouwer komen die meestal ook een rechercheur inschakelt voor technisch onderzoek naar de doodsoorzaak. Deze huisarts gaf een onjuiste verklaring van natuurlijke dood af. In gevallen waarin dat later uitkwam, is dit bestraft met een geldboete (bijvoorbeeld 500 euro).





