een waardig levenseinde

MED 9-2010 / Chloroquinefosfaat 17,5 gram

Een man van nog geen vijftig (gehuwd, geen kinderen) kreeg tegen zijn dertigste lage rugklachten die geleidelijk in ernst toenamen. Zonder succes werd hij daarvoor meermalen geopereerd. Er trad geen verbetering op, mogelijk doordat de revalidatie belemmerd werd door wat later de ernstigste vorm van het chronisch vermoeidheidssyndroom (ME/CVS) bleek te zijn. Ruim tien jaar geleden kwamen daarbij aanvallen van migraine, in het begin eens per maand, later in toenemende frequentie en duur. Medicatie bracht geen verlichting.

Daarnaast ontwikkelde hij toenemende neuropathische (zenuw)pijnen die door behandelingen van de neuroloog en andere specialisten niet verzacht konden worden. De uitputting reageerde niet op behandeling door een internist. Tegen de pijn kreeg hij aanvankelijk een opiioïde voorgeschreven door de huisarts, maar later opiaten in de vorm van pleisters (Transtec tot 52,5 microgram/uur). Daarnaast kreeg hij nog Oxycodon (in stappen verhoogd tot 60 mg per dag) en een grote hoeveelheid kalmerende middelen (benzodiazepinen). Hij was ten slotte aan bed gekluisterd maar bleef geestelijk helder. Een sociaal psychiatrisch verpleegkundige en een aan huis gekomen psychiater, konden geen behandeling aan huis bieden.

Gedurende al die jaren werd hij steeds intensiever verzorgd door zijn vrouw. Een geestelijke leidsman verleende hen beiden spirituele begeleiding, onder andere in de vorm van meditatie. Vanuit zijn geloof in reïncarnatie wees meneer levensbeëindiging af omdat hij het als zijn opdracht in dit leven beschouwde met zijn lijden om te gaan en dit ten einde toe te dragen.

In de loop van 2010 waren er nauwelijks nog dagen zonder migraine, zodat hij uitgeput de hele dag in een donkere kamer lag en op den duur zelfs niet meer verdroeg dat zijn vrouw hem iets voorlas. Als deze aanvallen nog vaker zouden optreden en er, ondanks de opiaten, geen pijnvrije momenten meer zouden zijn, was dat voor hem de grens: dan wilde hij toch zijn leven beëindigen.

Met de huisarts sprak hij hier regelmatig over. Zij stond niet afwijzend tegenover euthanasie maar talmde met het consulteren van een SCEN-arts. Zij onderschatte mogelijk de ernst van het lijden. Meneer besloot daarom enkele maanden voor zijn overlijden dat hij niet langer kon wachten tot de huisarts toe zou zijn aan het verlenen van hulp bij zelfdoding.

Het echtpaar had drie jaar eerder voor het eerst contact gezocht met De Einder over dodelijke medicijnen maar probeerde concrete stappen zo lang mogelijk uit te stellen. Begin 2010 las zijn vrouw hem voor uit het zojuist verschenen boek Uitweg. Nadat informatie over de juiste internetapotheek was verkregen, besloot hij één van de in Uitweg genoemde dodelijke medicijnen te bestellen. Binnen drie weken had hij de gewenste middelen in huis: 17,5 gram chloroquinefosfaat, 300 mg dormicum en 1000 mg valium (twee keer zoveel als de 500 mg die in Uitweg wordt genoemd). Het was hem namelijk duidelijk geworden dat hij niet van de kalmerende middelen zou kunnen afkicken. Het risico dat het daardoor zou kunnen mislukken. was hem bekend.

Een minder prettige ervaring had hij met een NVVE-medewerker die hem adviseerde in plaats van de chloroquine een snel werkend slaapmiddel in te nemen en een plastic zak over zijn hoofd te doen. In Uitweg (p. 164-166) wordt helder uitgelegd waarom de plastic zak methode een grote kans heeft te mislukken.

De tabletten valium en dormicum werden tot poeder vermalen maar de chloroquinetabletten niet omdat deze in poedervorm te bitter zouden zijn. In aanwezigheid van zijn vrouw nam hij de slaapmiddelen met vla en de chloroquine tabletten met twee glazen water. Een kwartier later sliep hij diep; een half uur later stopte zijn ademhaling. Zijn vrouw wachtte nog geruime tijd met het waarschuwen van een arts. De medicijndoosjes en vlakommetjes liet zij staan.

De dienstdoende arts constateerde de dood en waarschuwde de schouwarts. Ook kwam er een hulpofficier van justitie vergezeld van twee agenten in uniform en later nog twee man van de technische recherche. De schouwarts stelde vast dat meneer door zelfdoding was overleden en benaderde zijn vrouw respectvol. Zij stelde een aantal vragen over wat er was gebeurd. De hulpofficier probeerde haar ertoe te bewegen om te vertellen hoe haar man aan de medicijnen was gekomen. Zij wist heel goed dat zij volgens de Nederlandse wet niet verplicht is aan haar eigen veroordeling mee te werken en hield zich daarom op de vlakte.

Het lichaam werd in beslag genomen, maar mevrouw hoefde niet mee naar het bureau. Er werd bloed afgenomen voor gerechtelijk onderzoek en nog diezelfde nacht werd het lichaam vrijgegeven.

Achteraf vindt zijn vrouw dat het overlijden van haar man in diepe slaap waardig en evenwichtig is verlopen: ‚Hij was rustig en gedecideerd. Hij is als een vogel weggevlogen uit zijn helse kooi’. Na zoveel jaren lief en leed te hebben gedeeld, was zij vast van plan om samen met hem te overlijden. Daartoe had zij precies dezelfde medicijnen verzameld. Zij zag daar op het laatste moment van af omdat haar man de dag vóór zijn overlijden tegen haar zei: ‚Het is dapperder om te blijven leven.’

Na zijn begrafenis vertelde de echtgenote aan de leermeester die hen beiden goed kende wat er was gebeurd. Deze reageerde dat ‚het goed was’. Mevrouw zei: ‚Ik weet niet of u mij begrijpt, mijn man heeft zichzelf gedood.’ Daarop kreeg zij als antwoord: ‚Ik begrijp het heel goed: het was zijn tijd om te gaan.’ Dit antwoord verbaasde mevrouw hogelijk vanwege de gebruikelijke afwijzing van zelfdoding in spirituele kringen. De acceptatie van de leraar gaf haar de gemoedsrust om de fysieke scheiding van haar man beter te kunnen accepteren.

 
Uitweg is te koop bij de betere boekhandel, of te bestellen in de webshop van de uitgever, Nijgh & van Ditmar Links Waarschuwing Sitemap

copyright 2011