Een man van 51 jaar (gewicht 90 kg) heeft een psychiatrisch verleden van dertig jaar en verschillende diagnoses (manisch depressieve stemmingswisselingen, bipolaire persoonlijkheidsstoornis, schizofrenie). Als psychiatrische medicatie gebruikt hij onder meer: trileptal, rivotril en promethazine. Hij is gescheiden, heeft geen kinderen en woont in een beschermde woonvorm waar veel toezicht is. Enkele jaren eerder deed hij een poging tot zelfdoding, waarna hij in coma een ‘bijna dood ervaring’ had. Zijn huidige huisarts en psychiater reageren afwijzend op zijn blijvende wens zijn leven te beëindigen. Met een pastor die daar wel begrip voor heeft, bestaat een goed contact. Met een medewerker van een recht op waardig sterven vereniging bespreekt hij de verschillende mogelijkheden voor een humane zelfdoding. Hij vreest een volgende poging in eenzaamheid te moeten doen en vraagt of de Zwitserse organisatie Dignitas hem zou willen helpen sterven. De medewerker legt uit dat hij daar geen kans maakt omdat men bij psychiatrische aandoeningen zeer terughoudend is.
Geleidelijk krijgt hij van enkele personen in zijn naaste omgeving meer begrip voor zijn doodswens. Men probeert hem moed te geven om door te gaan (‘je hebt ons nog zo veel te bieden’) maar hij wil niet meer een volgende fase met psychoses meemaken en heeft na alle behandelingen geen vertrouwen dat er medicijnen zijn die dat kunnen voorkomen. Hij verzoekt zijn behandelend psychiater officieel om hulp bij zelfdoding. Een woonbegeleider toont begrip voor zijn wens maar de psychiater ‘valt bijna van zijn stoel’ en vraagt hem het te laten bezinken en binnenkort nog eens terug te komen. De woonbegeleider zegt dat een balanssuïcide niet verhinderd zal worden al zal dat wel elders moeten gebeuren. Inmiddels zijn er twee personen uit zijn naaste omgeving die bereid zijn bij hem te blijven als hij tot zelfdoding met medicijnen zou overgaan.
Enkele maanden later is hij zelfstandig in het bezit gekomen van een dodelijke dosis chloroquinesulfaat (15 gram, d.w.z meer dan de aanbevolen dodelijke dosis), 900 mg diazepam, 300 mg lorazepam en het antibraakmiddel domperidon. In verband met de voorgenomen zelfdoding stopt hij tijdig met het gebruik van lorazepam (ontwenning, zie Uitweg p. 119-120).
Hij spreekt behalve met de pastor ook met een vroegere psychiater over zijn concrete plannen. Beide zeggen bereid te zijn om na zijn overlijden een verklaring aan Justitie te geven waarin zij hun visie op de situatie en hun begrip voor zijn keuze verwoorden.
De personen die aanwezig zullen zijn vragen de begeleider om informatie over het juridische risico daarvan. Tijdens het laatste contact benadrukt de medewerker dat hij niet aan twijfels voorbij moet gaan, dat de levensbeëindiging nooit tot een plicht mag worden en dat het geen schande is er vanaf te zien.
Op de afgesproken dag zijn er vele vrienden en vriendinnen afscheid komen nemen. Twee personen blijven bij hem. De medewerker wordt gebeld nadat meneer overleden is. Het duurde langer dan verwacht voordat hij insliep. Na een fase van zwaar ademhalen stierf hij rustig en zonder tekenen van pijn of benauwdheid twee en een half uur na het innemen van de medicijnen. De dienstdoend huisarts verscheen en waarschuwde direct de politie, die een rechercheur en een lijkschouwer liet komen. Deze hadden een dergelijk zelfdoding met medicijnen in aanwezigheid van naasten niet eerder meegemaakt. Aanvankelijk beschouwden zij de beide aanwezigen als ‘getuige’ maar later op het politiebureau kregen ze te horen dat ze ‘verdachte’ zijn en niets hoeven te zeggen zonder eerst een advocaat te raadplegen. Volgens de rechercheur hebben zij misschien hulp bij zelfdoding verleend door ‘het mogelijk of gemakkelijker te maken om zichzelf te doden’ (zie Uitweg p. 204-205 over de zaak Hilarius). Een gsm van een van hen werd in beslag genomen. Ook het lijk werd in beslag genomen voor onderzoek en na enkele dagen vrij gegeven voor crematie.
De begeleider verstrekte aan de beide ‘verdachten’ namen van advocaten in de regio. Enige tijd later blijkt dat justitie geen vervolging instelt.





