een waardig levenseinde

De medicijnmethode

MED 1-2010 / Depronal 4,5 gram

Een vrouw van 43 jaar, gehuwd maar zonder kinderen, leed al vele jaren aan ernstige en uitputtende slaapproblemen die niet reageerden op slaapmedicatie of andere maatregelen. Daardoor was zij in de WAO terecht gekomen. Drie jaar voor haar overlijden nam zij contact op met een medewerker van De Einder. Zij verzamelde een dodelijke combinatie van medicijnen die zij jarenlang in luchtdichte verpakking bewaarde. De beschikbaarheid van een dodelijk middel gaf haar veel rust. Haar arts wilde zij niet om euthanasie vragen omdat zij anderen niet met haar dood wilde belasten. Haar echtgenoot beschrijft haar levensbeschouwing als spiritueel.
Een jaar voor haar dood gingen haar ogen sterk achteruit, waarvoor 4 verschillende oogartsen geen behandeling konden bieden. Daarmee schatte zij in dat er geen kans was om ooit nog uit de WAO te komen en een baan te vinden.
Een eerste poging tot zelfdoding met de verzamelde medicijnen ging op het laatste moment niet door vanwege het verdriet van de aanwezige echtgenoot, dat zo groot was dat zij haar voornemen niet kon doorzetten. Dat is ook de reden dat zij haar uiteindelijke levensbeëindiging niet met hem besprak en uitvoerde op een dag dat hij niet thuis was. Wel had zij in de periode ervoor regelmatig intensief met hem daarover gesproken, de laatste keer twee dagen voor de dag zelf.
Vanwege de slaapproblemen lukte het haar niet enkele weken tevoren te ontwennen van de lormetazepam (een slaapmiddel) die zij dagelijks gebruikte.

Met het antibraakmiddel Domperidon begon zij 24 uur tevoren. Als dodelijke combinatie nam zij 4,5 gram Depronal (een opiaat) en 540 mg flurazepam. Daarna bleef zij in een schrift opschrijven wat zij dacht en ervoer, bijvoorbeeld dat haar spieren verslapten als gevolg van de flurazepam. Uit wat zij opschreef blijkt ook dat het lang duurde voor zij uiteindelijk het bewustzijn verloor. Dat is niet verwonderlijk: bij flurazepam kan de slaap soms pas na een uur komen en doordat de ontwenning van de lormetazepam was mislukt duurt het nog langer.
Toen zij gedurende langere tijd de telefoon niet opnam werd de politie gewaarschuwd. Deze kwam ter plaatse nadat zij reeds was overleden en nam het lichaam mee voor onderzoek. De echtgenoot werd op het bureau ‘begripvol opgevangen’ en er werd hem gezegd dat zij er vredig bij lag. Het verhoor door de recherche was onprettig door vragen waaruit bleek dat hij verdacht werd van hulp bij zelfdoding. Na 12 uur werd het lichaam vrij gegeven voor crematie.
Hij schrijft: “Jammer dat zij alleen moest zijn maar met mij erbij zou ze het inderdaad niet hebben kunnen opbrengen.” Uit haar schrift blijkt dat zij “heel blij werd toen ze merkte dat de medicijnen gingen werken.”

Kanttekening achteraf:

Zoals bekend is bij anderen, heeft de beschikbaarheid van een dodelijk middel ook deze vrouw nog jarenlang de kracht geven om te blijven leven.
De zelfeuthanasie had echter kunnen mislukken doordat de ontwenning van het slaapmiddel lormetazepam niet was uitgevoerd. Zij had beter een slaapmiddel uit een andere medicijngroep — bijvoorbeeld fenobarbital (= Luminal) tenminste 3 gram — kunnen verzamelen. Daardoor zou de kans op een dodelijke afloop groot zijn geweest.

 

MED 2-2010 / Depronal 4,0 gram

Een vrouw van bijna 50 jaar (alleenstaand, geen kinderen) leed sedert haar vroege jeugd onder psychische problemen. Hiervoor was zij regelmatig onder behandeling bij verschillende psychiaters met wie zij niet expliciet over haar doodswens mocht spreken. Vervolgens ging zij ook lichamelijk achteruit en bleek een ingrijpende operatie aan het bewegingsapparaat noodzakelijk, waarna het lopen moeizaam bleef.
In overleg met een hulpverlener, met wie zij gedurende ruim drie jaar regelmatig contact had, besloot zij tot het opiaat Depronal te verzamelen voor levensbeëindiging. Zij nam daarvan minder in dan de aangeraden hoeveelheid (4 gram in plaats van 4,5 gram) tegelijk met 500 mg van een doorslaper (Valium). Tevoren gebruikte zij domperidon ter voorkoming van het braken. Voor de zelfdoding huurde zij een kamer in een hotel. Er waren geen naasten aanwezig omdat zij hen er niet mee wilde belasten. Wel sprak zij met twee vriendinnen en met een enkel familielid over haar voornemen het leven te beëindigen. Er was geen hulpverlener bij aanwezig. Het was een weloverwogen keuze haar stap alleen te zetten. Wel liet zij brieven achter met een toelichting op haar besluit.
Het overlijden werd vastgesteld op dezelfde dag dat zij de medicijnen had ingenomen. De gemeentelijk lijkschouwer stelde een onnatuurlijke dood (‘zelfdoding’) vast en waarschuwde de politie, die de naasten informeerde. Het optreden van de politie was correct.

 

MED 3-2010 / Depronal 6 gram

Een vrouw van 42 jaar ging gebukt onder psychische klachten ten gevolge van seksueel misbruik vanaf haar 6e jaar met daarbij verwaarlozing en onderdrukking door meerdere gezinsleden. Zij huwde een man die haar tot haar 36e jaar eveneens mishandelde. Zij is vergeefs behandeld met cognitieve gedragstherapie en bij een eerstelijns psycholoog. Haar doodswens besprak zij met enkele naasten, de behandelaars en met een hulpverlener van De Einder. De naasten waren op de hoogte van de datum van haar geplande overlijden maar durfden niet aanwezig te zijn vanwege mogelijke juridische risico’s. De laatste drie maanden voor haar overlijden woonde zij in bij een goede vriend. Dat was emotioneel voor hem belastend. Op haar verzoek was hij bereid om, samen met iemand anders, aanwezig te zijn bij het innemen van de medicijnen en ook daarna bij haar te blijven.
Zij gebruikte meer Depronal (6 gram) dan in Uitweg wordt geadviseerd (4,5 gram). De inhoud van de capsules had zij uitgestrooid in vla. Na voorbereiding met een antibraakmiddel werd 630 mg van de doorslaper flurazepam (Dalmadorm) ingenomen en een inslaapmiddel (25 mg lorazepam, die was fijn gemalen). Zij stierf zoals zij had gewenst: in haar slaap en niet alleen.
Het overlijden kwam na 30 minuten. Na het inslapen maar voor het overlijden traden er trekkingen in armen en benen op. Dit beangstigde de beide aanwezigen, maar het duurde niet lang. De gemeentelijk lijkschouwer heeft een onnatuurlijke dood vastgesteld en de politie werd ingeschakeld. Het lichaam is niet in beslag genomen maar werd direct vrijgegeven voor begrafenis of crematie.
Over de juridische risico’s van de aanwezigheid bij haar overlijden is tevoren niet duidelijk gesproken. Achteraf hebben de aanwezigen daarvan spijt. In feite werden zij niet verhoord en had hun aanwezigheid geen consequenties. Meestal gaat dat precies zo, maar van te voren is dat natuurlijk onzeker.

 

MED 4-2010 / chloroquinesulfaat 15 gram

Een man van 51 jaar (gewicht 90 kg) heeft een psychiatrisch verleden van dertig jaar en verschillende diagnoses (manisch depressieve stemmingswisselingen, bipolaire persoonlijkheidsstoornis, schizofrenie). Als psychiatrische medicatie gebruikt hij onder meer: trileptal, rivotril en promethazine. Hij is gescheiden, heeft geen kinderen en woont in een beschermde woonvorm waar veel toezicht is. Enkele jaren eerder deed hij een poging tot zelfdoding, waarna hij in coma een ‘bijna dood ervaring’ had. Zijn huidige huisarts en psychiater reageren afwijzend op zijn blijvende wens zijn leven te beëindigen. Met een pastor die daar wel begrip voor heeft, bestaat een goed contact. Met een medewerker van een recht op waardig sterven vereniging bespreekt hij de verschillende mogelijkheden voor een humane zelfdoding. Hij vreest een volgende poging in eenzaamheid te moeten doen en vraagt of de Zwitserse organisatie Dignitas hem zou willen helpen sterven. De medewerker legt uit dat hij daar geen kans maakt omdat men bij psychiatrische aandoeningen zeer terughoudend is.

Geleidelijk krijgt hij van enkele personen in zijn naaste omgeving meer begrip voor zijn doodswens. Men probeert hem moed te geven om door te gaan (‘je hebt ons nog zo veel te bieden’) maar hij wil niet meer een volgende fase met psychoses meemaken en heeft na alle behandelingen geen vertrouwen dat er medicijnen zijn die dat kunnen voorkomen.  Hij verzoekt zijn behandelend psychiater officieel om hulp bij zelfdoding. Een woonbegeleider toont begrip voor zijn wens maar de psychiater ‘valt bijna van zijn stoel’ en vraagt hem het te laten bezinken en binnenkort nog eens terug te komen. De woonbegeleider zegt dat een balanssuïcide niet verhinderd zal worden al zal dat wel elders moeten gebeuren. Inmiddels zijn er twee personen uit zijn naaste omgeving die bereid zijn bij hem te blijven als hij tot zelfdoding met medicijnen zou overgaan.

Enkele maanden later is hij zelfstandig in het bezit gekomen van een dodelijke dosis chloroquinesulfaat (15 gram, d.w.z meer dan de aanbevolen dodelijke dosis), 900 mg diazepam, 300 mg lorazepam en het antibraakmiddel domperidon. In verband met de voorgenomen zelfdoding stopt hij tijdig met het gebruik van lorazepam (ontwenning, zie Uitweg p. 119-120).

Hij spreekt behalve met de pastor ook met een vroegere psychiater over zijn concrete plannen. Beide zeggen bereid te zijn om na zijn overlijden een verklaring aan Justitie te geven waarin zij hun visie op de situatie en hun begrip voor zijn keuze verwoorden.

De personen die aanwezig zullen zijn vragen de begeleider om informatie over het juridische risico daarvan. Tijdens het laatste contact benadrukt de medewerker dat hij niet aan twijfels voorbij moet gaan, dat de levensbeëindiging nooit tot een plicht mag worden en dat het geen schande is er vanaf te zien.

Op de afgesproken dag zijn er vele vrienden en vriendinnen afscheid komen nemen. Twee personen blijven bij hem. De medewerker wordt gebeld nadat meneer overleden is. Het duurde langer dan verwacht voordat hij insliep. Na een fase van zwaar ademhalen stierf hij rustig en zonder tekenen van pijn of benauwdheid twee en een half uur na het innemen van de medicijnen. De dienstdoend huisarts verscheen en waarschuwde direct de politie, die een rechercheur en een lijkschouwer liet komen. Deze hadden een dergelijk zelfdoding met medicijnen in aanwezigheid van naasten niet eerder meegemaakt. Aanvankelijk beschouwden zij de beide aanwezigen als ‘getuige’ maar later op het politiebureau kregen ze te horen dat ze ‘verdachte’ zijn en niets hoeven te zeggen zonder eerst een advocaat te raadplegen. Volgens de rechercheur hebben zij misschien hulp bij zelfdoding verleend door ‘het mogelijk of gemakkelijker te maken om zichzelf te doden’ (zie Uitweg p. 204-205 over de zaak Hilarius). Een gsm van een van hen werd in beslag genomen. Ook het lijk werd in beslag genomen voor onderzoek en na enkele dagen vrij gegeven voor crematie.

De begeleider verstrekte aan de beide ‘verdachten’ namen van advocaten in de regio. Enige tijd later blijkt dat justitie geen vervolging instelt.

 
Uitweg is te koop bij de betere boekhandel, of te bestellen in de webshop van de uitgever, Nijgh & van Ditmar Links Waarschuwing Sitemap

copyright 2011